Nu Live

Hiervoor gedraaid:
  Foto's  
  Discussie  

Benny Neyman

Was Benny Neyman in Amerika geboren dan was hij misschien net zo beroemd geweest als Frank Sinatra. Had zijn wieg in Frankrijk gestaan dan had hij kunnen wedijveren met Charles Aznavour en Gilbert Bécaud.

Amsterdam

Wilhelmus Albertus ‘Benny’ Neyman wordt op 9 juni 1951 in Maastricht geboren. Al op jonge leeftijd geeft Benny blijk van zijn muzikale talent en ambities. Als tiener zingt hij in het popbandje The Crew, waarmee hij voornamelijk nummers van The Outsiders speelt omdat hij zo goed Wally Tax kan imiteren. Na zijn middelbare school verhuist Benny naar Amsterdam. Hij meldt zich aan bij de Academie voor Kleinkunst, wordt aangenomen en rondt deze opleiding met succes af. In 1975 verschijnt zijn eerste elpee Ik Wilde Als Orpheus Zingen, een plaat waarop Benny zich presenteert als een vertolker van het gevoelige luisterlied. Dat de elpee genadeloos flopt, kan hem niet deren. Benny weet precies wat hij wilt en zet vastbesloten zijn carrière voort.

Vakanties

Na hard werken en veel optredens boekt Benny in 1978 een voorzichtig succesje met z’n tweede elpee Samen Zijn We Rijk. De van die plaat afkomstige single Vijftien Jaar wordt een klein radiohitje. In de zomer van 1980 breekt Benny landelijk door met de hit 'Ik Weet Niet Hoe', waarmee hij een vijfde plaats in de Top 40 weet te behalen. Van origine is 'Ik Weet Niet Hoe' een Zuid-Europees liedje. Dergelijke liedjes spelen een belangrijke rol in de carrière van Benny Neyman. Hij pikt ze op tijdens zijn vakanties in het buitenland en schrijft er thuis Nederlandse teksten bij.

Eerste plaats

Het succes van 'Ik Weet Niet Hoe' krijgt een vervolg met hits als '‘k Zal Je Heb' en' Vrijgezel'. Met het oorspronkelijk Griekse liedje 'Waarom Fluister Ik Je Naam Nog' scoort Benny Neyman in 1985 de grootste hit uit zijn carrière. Het origineel is geschreven door Nikos Ignatiadis, een Griekse componist van wie Benny later nog een paar liedjes opneemt. Op 24 augustus 1985 bereikt 'Waarom Fluister Ik Je Naam Nog' de eerste plaats van de nationale hitlijsten. Het liedje wordt zelfs gekozen tot de populairste Nederlandstalige hit uit de jaren tachtig en groeit uit tot een heuse klassieker.

Integriteit

In de jaren die volgen blijft Benny Neyman succesvol. Hij ontwikkelt zich tot een elpeeartiest, wiens platen vol staan met luisterliedjes die ergens over gaan. “Een liedje is niet interessant als het alleen maar gaat over ‘wat zijn we toch blij’. Er moet iets in gebeuren, iets wat het spannend genoeg maakt om er naar te luisteren. Een liedje is een vorm van drama,” aldus Benny, die in 1995 met een uitverkochte jubileumtour 20 Jaar Gouden Regen langs 54 theaters trekt. Nog datzelfde jaar ontvangt hij een Gouden Harp. Het juryrapport vermeldt: ‘Benny Neyman is een vaste waarde in de Nederlandse lichte muziek. Hij dwingt die plaats af door zijn natuurlijke charme, gevoeligheid en integriteit, die vriend en vijand – voor zo ver aanwezig - altijd overtuigt.’

Limburg

In 1999 viert Benny zijn zilveren artiestenjubileum. Dat gebeurt met het uitbrengen van een nieuw album Crème De La Crème en een uniek optreden in Carré Amsterdam. Benny blijft het theater trouw en staat ieder jaar weer met een nieuw programma op het podium. In 2004 gaat een lang gekoesterde wens van hem in vervulling. Hij neemt een album op in zijn Limburgse dialect. De plaat krijgt als titel Trök Nao Blouwdörrep en is zijn 25ste album in successie.

Trots

Tijdens de opnamen van z’n volgende album Onverwacht in 2006 krijgt Benny last van zijn gezondheid. In december 2007, vlak nadat Benny een hommage heeft gebracht aan zijn overleden collega en vriendin Conny Vandenbos, wordt bekend dat hij een vergevorderd stadium van kanker heeft. Genezing is uitgesloten. Op 7 februari 2008 overlijdt Benny op 56-jarige leeftijd. Zijn heengaan betekent het verlies van een unieke Hollandse crooner en chansonnier. Een sympathieke Nederlandse liedjeszanger die ooit over zichzelf zei: “Ik kan moeilijk zeggen dat ik goed ben, maar ik weet wel dat ik een volstrekt eigen stijl heb. En daar ben ik altijd trots op geweest.”